interview
1. Wat denk je dat je lezers het leukste zullen vinden aan je nieuwe roman Het huis aan het plein?
Als ik aan het schrijven ben, dan zijn er altijd wel zaken die me erg raken. Een van de dingen die ik het leukst vond aan Het huis aan het plein is het receptenboek van Eleanor.
Een van de hoofdpersonages krijgt, als ze nog klein, is een receptenboek van haar moeder. Daarin staat informatie over het leven in het westen van Ierland in de jaren ’20 en ’30, een tijd waarin veel mensen erg arm waren. Ik vind het bijzonder hoe mensen die moeilijke tijd door zijn gekomen en welke overlevingsstrategieën ze daarbij hanteerden. Om een voorbeeld te noemen: bloem werd vervoerd in linnen zakken. Als die zakken leeg waren, werden ze goed schoongemaakt en aan elkaar genaaid. Zo konden ze later weer dienst doen als beddengoed. Mijn oma deelde haar herinneringen uit die tijd met me. Ik vind het erg leuk dat ik delen uit haar verhalen kan verwerken in een roman. Ik hoop dat mijn lezers dat ook vinden.
2. Vind je het lastig om te schrijven over onderwerpen als de dood en verdriet?
Eigenlijk vind ik het fijn om over emotionele onderwerpen te schrijven. Toen ik begon met schrijven was ik 27 en ik vond mezelf iets te jong om pittige onderwerpen aan te snijden. Ik was ook bang dat mensen zouden zeggen dat ik veel te jong was om te weten waar ik het over had.
Na het schrijven van mijn eerste drie romans besloot ik dat het tijd was om zwaardere onderwerpen aan te snijden in mijn boeken. In mijn vierde boek schreef ik over Alzheimer, omdat mijn vader daar aan leed. Een van de personages is gebaseerd op mijn eigen ervaringen met mijn vader en zijn ziekte.
3. Hoe denk je over je status als bestsellerauteur?
Ik vind dat nog steeds behoorlijk overweldigend. Ik ervaar het als een voorrecht om de hele wereld over te reizen voor mijn werk en mensen te ontmoeten die mijn boeken graag lezen. Als ik thuis aan het schrijven ben, dan ben ik erg kritisch en soms ook onzeker. Ik vraag me vaak af of mensen mijn boeken echt wel zo leuk vinden. Maar als ik er na het verschijnen van een nieuwe roman weer opuit ga, dan vind ik het juist erg fijn om fans te ontmoeten.
4. Door wie of wat ben je begonnen aan een carrière als auteur?
Ik hield altijd al van schrijven en ik las al veel toen ik nog jong was. Ik leefde vooral in mijn eigen denkbeeldige wereld. Toen ik op school zat, warden mijn opstellen regelmatig voorgelezen in de klas, maar toen heb ik nooit aan een carrière als auteur gedacht. Ik ben meer de journalistieke richting in geslagen op de universiteit omdat ik schrijven zo leuk vond. En later ben ik ook als journalist bij een krant gaan werken, maar ik merkte al snel dat ik daar niet doortastend genoeg voor was. Ik vond het leuker om columns te schrijven, bijvoorbeeld over films. En het schrijven van een boek spookte toen al door mijn hoofd, alleen had ik nog niet genoeg zelfvertrouwen om die stap te zetten.
Ik had wel al een paar keer een poging gewaagd om een roman te schrijven, zelfs samen met mijn moeder toen ik 19 was. Mijn moeder schreef dan eerst in een notitieboekje een deel van het verhaal en als ik thuis kwam typte ik het uit op een oude typemachine. Ze voegde dan ook opdrachten toe als ‘Beschrijf de kamer’ en dan ging ik nadenken over hoe die kamer er dan uit zag. Dat werkte niet echt voor mij.
Als twintiger kreeg ik via een kennis de kans om aan de slag te gaan als auteur van fantasyboeken. Dat leek me erg spannend, maar uiteindelijk was het niks voor mij. Ik wilde een heel ander soort boeken schrijven.
Op mijn 27ste besloot ik het schrijven van een roman nog één kans te geven en ik begon te schrijven over wat mij boeide en ontroerde. En dat werkte! Ik denk dat ik zelf niet bewust kies voor de onderwerpen waarover ik schrijf, maar dat de onderwerpen mij kiezen. Vaak zijn het dingen die al spelen bij mij en het gaat erom dat ik authentiek kan zijn. Als er al iets magisch is aan het schrijverschap, dan is dat het wel voor mij.



