JE BENT HIER ::

interview

Wat was het zaadje waaruit dit verhaal is ontsproten? Je hebt je in je vorige romans al beziggehouden met wat er in de hoofden van misdadigers omgaat, maar wat bracht je ertoe om je dit keer in de dodencel te verplaatsen?

De meeste van mijn boeken beginnen met iets waar ik me zorgen om maak, en De bekering is daarop geen uitzondering. Ik, als Amerikaan, heb het gevoel dat door mijn land een breuklijn loopt, gevormd door religie – alle controversiële kwesties (abortus, homorechten, doodstraf) worden vaak bezien vanuit een religieus standpunt. Dat deed me mijzelf afvragen waarom religie, die toch ooit bedoeld was om mensen te verenigen, zoveel verdeeldheid heeft gezaaid... en waarom we geloven wat we geloven. Wie zegt dat het feit dat jij gelijk hebt, betekent dat de ander het wel fout moet hebben? Waarom geloven we in bepaalde dingen – omdat ze de waarheid zijn, of omdat het te eng is om toe te geven dat we het antwoord niet weten? Ik heb het toegespitst op de doodstraf, omdat dat in Amerika een van de controverses is waar mensen vurig over van mening verschillen – maar vaak niet weten waarom ze die mening hebben, of niet de moeite nemen om naar de argumenten van de andere kant te luisteren... en omdat ik zelf ook niet wist wat ik van de doodstraf vond nadat ik me er meer in had verdiept.

 

Heb je persoonlijk ter dood veroordeelden bezocht? Hoe was dat? Wat verwachtte je toen je bij ze langsging, en waar werd je door verrast?

Ik ben nu twee keer in death row in Arizona geweest. Het is een heel bizarre omgeving – ik denk dat ik nog nooit, in al die jaren dat ik nu onderzoek doe, zo’n sfeer van beklemming heb meegemaakt. Ik zat al in het vliegtuig toen mijn bezoek bijna werd afgelast – ik moest me bij aankomst letterlijk naar binnen praten, want ze zagen me als schrijver en dus als ‘de media’. Ik wist de gevangenisdirectie zo ver te krijgen dat ik een rondleiding door death row kreeg – die serener is dan je zou verwachten, want de gevangenen zitten drieëntwintig uur per dag opgesloten in hun eigen cel. Vervolgens smeekte ik om een kijkje te mogen nemen in de executiekamer – het doodshuis zoals het in Arizona altijd genoemd werd. Terwijl ik hun gaskamer bekeek (Arizona gebruikt zowel gas als een dodelijke injectie) kwam de bewaker op me af om me nogmaals te vragen wie ik was en waarom ik een boek hierover schreef. Ze was duidelijk op haar hoede en gaf geen millimeter toe. We begonnen een gesprek over de laatste executie in Arizona; en op een gegeven moment liet ze zich ontvallen dat ze een praktiserend katholiek was. ‘Denk jij als katholiek dat de doodstraf juist is?’ vroeg ik. Ze staarde me enkele ogenblikken aan en zei toen: ‘Vroeger wel.’ Op dat moment verdween de muur tussen ons en was ze bereid me alles te vertellen wat ik wilde en moest weten – inclusief sommige scènes die in De bekering voorkomen – details die uiterst geheim zijn en die zelfs niet worden verstrekt aan gevangenen die daarom verzoeken. Tijdens mijn gesprek met de bewaker stond ik op een gegeven moment wat te hannesen met mijn blocnote en papieren. Ik zocht iets om tegen te leunen, zodat ik wat makkelijker kon schrijven... om direct daarop te beseffen dat ik tegen de brancard aan stond die gebruikt werd voor de dodelijke injectie, en dat joeg me pas echt de stuipen op het lijf! Wat me het meest verraste wat betreft death row was dat iedereen die ik ontmoette die daar in Arizona werkte, zei dat hij of zij niet in de doodstraf geloofde – ze hadden te veel zwakke oude mannetjes geëxecuteerd zien worden, omdat het systeem er zo lang over doet; ze hadden recidivisten gezien wier misdaden ‘niet in aanmerking kwamen’ voor de doodstraf. Ze zagen het niet altijd als een terechte straf en toch zeiden ze allemaal dat ze hun werk zouden blijven doen. Ik ging een tweede keer terug om een ter dood veroordeelde genaamd Robert Towery te spreken. We schrijven elkaar nog steeds – hij noemt me mevrouw, vraagt naar mijn kinderen en hij is een briljant kunstenaar (hij moet zijn eigen pigmenten maken, net als Lucius in De bekering). Hij praat me bij over de verwikkelingen in Lost en Grey’s Anatomy. Het is in alle opzichten een heel aardige man – behalve dan dat hij een gewapende roofoverval heeft gepleegd en tegen het slachtoffer zei dat hij hem zou verdoven... maar hem in plaats daarvan een dodelijke injectie met accuzuur gaf. Hij zegt dat hij op dat moment high was maar dat hij nu al meer dan tien jaar niet meer gebruikt. Het zette me echt aan het denken. We weten allemaal dat het verkeerd is een onschuldig iemand te executeren, maar hoe zit het met iemand die schuldig is?

 

Wanneer stuitte je voor het eerst op het gnostische evangelie, en wat vond je er bijzonder aan?

Ik hoorde er voor het eerst over in een documentaire en ik werd getroffen door het eigen karakter van hun religieuze praktijk – de idee dat het voor iedereen anders is, dat er mogelijk meerdere wegen zijn die naar dezelfde spirituele verlichting leiden. Ik herinner me nog dat ik op dat moment dacht hoe anders de wereld er zou hebben uitgezien als dat het dominante evangelie was geweest, in plaats van dat uit het Nieuwe Testament. Elaine Pagels, een van de grootste autoriteiten op het gebied van het gnostische evangelie, is professor op Princeton, mijn alma mater. Ik had het geluk haar te kunnen overhalen tot een privé-college, zodat ik er meer over te weten kon komen. Na Jezus’ dood was het christendom een rommeltje – mensen geloofden in de meest uiteenlopende dingen en bestudeerden allerlei evangelies. Eén groep, de gnostische christenen, vond dat gedoopt worden weliswaar een goed begin was, maar dat je om God te kennen, eerst jezelf moest kennen. Met andere woorden, in ieder van ons zit wel iets goddelijks, zij het diep verborgen... en het is aan ons om een manier te verzinnen om dat aan de oppervlakte te brengen.

De gnostici vonden dat religie per definitie iets persoonlijks was – en dat alleen maar geloven wat anderen zeiden dat je moest geloven of alleen maar de juiste woorden zeggen tijdens een kerkdienst of alleen maar gedoopt worden, niet genoeg was om spirituele vervulling te bereiken. Maar boven alles hielden de gnostici je voor dat je vragen moest stellen. Geloof niet zomaar alles, zeiden ze; neem niet zomaar aan dat, omdat iemand zegt: ‘Dit is de manier waarop het gedaan moet worden’, dat ook juist is. Zoals je je kunt voorstellen, zorgde dat voor nogal wat opwinding in de vroege christelijke kerk – en het gnostische evangelie werd bestempeld als ketters, en verdween... tot aan 1945, toen twee broers bij toeval in Nag Hammadi, Egypte, een pot opgroeven waarin eenenvijftig van die evangeliën zaten. Ondertussen had Irenaeus – de bisschop van Lyon – de Kerk gecodificeerd door te besluiten dat er vier hoofdevangeliën waren (Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes), waarmee hij de basis legde voor de geloofsbelijdenis van Nicaea. Irenaeus zei daarbij: ‘Geloof dit, en je bent een christen. Als je er niet in gelooft, ben je dat niet.’

Er zijn natuurlijk een heleboel goede redenen – politiek zowel als religieus – waarom het orthodoxe christendom de gnostische beweging wel moest verwerpen ten einde hun eigen geloof te versterken... maar met die evangeliën ging nog iets anders verloren: het geloof dat mensen op diverse manieren spirituele verlichting kunnen bereiken, in plaats van maar op één, ‘juiste’, manier. ‘Als je naar buiten brengt wat in je zit', zei Jezus, in het evangelie van Thomas, ‘zal dat wat je naar buiten brengt, je redden.' Als je niet naar buiten brengt wat in je zit, zal dat wat je niet naar buiten brengt je vernietigen.’ Dat klinkt nogal raadselachtig, hè? Maar het is in wezen tamelijk simpel: de potentie om jezelf te verlossen – of jezelf te ruïneren – is geheel aan jou. Wat natuurlijk extra interessant is als we het hebben over een veroordeelde man die toevallig vindt dat het afstaan van zijn hart aan de zus van zijn slachtoffer de manier is om zichzelf te redden.

 

In je verantwoording zeg je dat het ‘heel moeilijk is om op verantwoorde manier over religie te schrijven’. Waarom denk je dat dat zo is, en denk je dat het specifiek iets is van de religieuze cultuur in de Verenigde Staten?

In dit land, dat werd gesticht door mensen die vrijheid van godsdienst zochten, is er niet alleen de vrijheid om te belijden wat je wilt – er is ook de vrijheid van meningsuiting om het te verkondigen. Met name de opkomst van de evangelische beweging toont het verschil tussen het volgen van je geloof en de verplichting om de zielen te redden van mensen die nog niet die zelfde spirituele verlichting hebben gevonden die jij hebt. Voor de prediker wordt het iemand proberen te bekeren gezien als het verlenen van een gunst aan die persoon. En dat is voor de mensen die niet bekeerd wensen te worden, tamelijk opdringerig. Het is daarom echt heel moeilijk om over religie te schrijven zonder iets prekerigs te krijgen – maar slechts met de bedoeling om mensen begrip te laten krijgen voor het waarom van hun geloof en of dat noodzakelijkerwijs betekent dat de overtuiging van anderen van nul en generlei waarde is. Het is heel interessant: ik heb rabbi’s en priesters en dominees geïnterviewd voor mijn boek en ze waren allemaal fantastisch en gaven toe dat ze echt niet weten welke religie de ‘juiste’ is, als zoiets al bestaat – en dat er misschien wel heel veel manieren zijn om spirituele verlichting te bereiken... maar die openhartigheid sijpelt niet altijd door naar hun volgelingen, helaas! Mensen die De bekering ter hand nemen, hoeven niet bang te zijn voor een preek van mijn kant – omdat, zoals ook uit het boek naar voren komt, wat ik geloof niet per se is wat zij moeten geloven of horen te geloven – maar ze zullen van mij wel de aansporing krijgen om goed over hun geloof na te denken.

 

Dit is een uitdagend boek en het zal ongetwijfeld controversieel zijn. Wat hoopt u dat dit boek zal bijdragen aan de discussies over religie en de doodstraf?

Ik hoop dat mensen die De bekering lezen het boek zullen zien als een kans om het gesprek aan te gaan, in plaats van religie te zien als een absolutisme. Wat de doodstraf betreft, hoop ik dat als we de redenen overwegen waarom de doodstraf goed voor ons zou zijn, we ook zo eerlijk durven zijn om toe te geven dat die redenen niet altijd even logisch zijn – wat betekent dat als we de doodstraf in ons rechtssysteem handhaven, we moeten toegeven dat het misschien niet eerlijk is, of goedkoper, of een afschrikmiddel... maar een manier om permanent iemand uit onze samenleving te verwijderen van wie wij denken dat hij of zij daar niet in thuis hoort.

 

Je hebt in dit boek de verhalen van vier hoofdpersonen verweven – June, Michael, Lucius en Maggie. Hoe lastig was het om met deze vier stemmen te jongleren? Had je als vanzelf het gevoel dat je ze allemaal evenveel aandacht moest geven, of had je de neiging om bij sommigen wat langer stil te staan?

Als ik een boek schrijf met meerdere verhalen, zijn er altijd wel één of twee die makkelijker zijn dan de andere. In De bekering was Maggie verreweg de leukste om over te schrijven – ze heeft een fantastisch, makkelijk, grappig karakter. June was het meest pijnlijk en degene die me het vaakst van mijn stuk bracht. Als ik als schrijfster dacht dat ik wist hoe ik over de doodstraf dacht, kwam er weer een verhaal over June en dan was alles ineens heel anders. Lucius was ook prettig om over te schrijven, want hij is niet de typische gevangene en hij is een instrument via wie wij Shay zien en horen. Michael was voor mij het moeilijkst – waarschijnlijk omdat hij in het begin het minst openhartig was!

 

Wanneer besloot je om het verhaal niet vanuit Shays standpunt te schrijven?

Maggie, Michael, Lucius en June komen overeen met Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes. Shay, als het Messiaanse personage, heeft geen eigen stem in een ‘evangelie’ – zoals ook Jezus dat niet heeft in het Nieuwe Testament.

 

Er is de laatste tijd veel onderzoek gedaan naar ‘restoratieve rechtspleging’, een wederzijds helingsproces waarbij slachtoffers en daders elkaar persoonlijk ontmoeten. Denk jij dat dit een geloofwaardige manier is om met ernstige misdrijven om te gaan?

Ik denk dat wat een slachtoffer in veel gevallen boven alles wil, is de dader sorry horen zeggen. En de dader moet in veel gevallen ook in staat zijn om dat te zeggen, zodat het slachtoffer en zijn of haar familie verder kunnen. Het zal zeker niet in alle situaties werken – zoals ook uit De bekering blijkt – maar ik zou wel willen dat het wat gangbaarder zou worden. Voor mij is een succesvolle ‘restoratieve’ ontmoeting een betere indicatie voor een bekering van een gevangene, en ook eentje die helender werkt, dan een levenslange gevangenisstraf waarbij er nooit van enige verzoening sprake is.

 

Wat is het thema van je nieuwe boek?

Handle with Care, dat gaat over een onterechte rechtszaak betreffende een geboorte. Dat soort zaken is behoorlijk fascinerend – het gaat over ouders die de behandelend arts aanklagen, omdat hun niet eerder is verteld dat hun kind ernstig gehandicapt ter wereld zou komen. De meeste ouders die een proces aanspannen houden heel erg veel van die kinderen... maar ze willen hen wel een zo goed mogelijk leven bieden, wat heel kostbaar kan zijn, afhankelijk van de mate van invaliditeit, en dus beginnen ze maar een proces. Dat betekent wel dat je ten overstaan van een jury moet verkondigen dat als je had geweten dat je kind zo gehandicapt zou zijn, je de baby nooit had laten komen. Dat is niet alleen emotioneel verwoestend, het leidt ook meestal tot rechtszaken waarin het recht op abortus ter discussie wordt gesteld, en wie er mag beslissen welk leven het waard is geleefd te worden. Wanneer moet een arts adviseren de zwangerschap te beëindigen? Moet een ouder het recht hebben om die keus te maken? Hoe gehandicapt is te gehandicapt? Er zijn zoals je ziet talloze netelige morele en ethische vragen op dit gebied – en daarom vond ik het ook zo’n mooi onderwerp! In Handle with Care staat er nog wel iets meer op het spel, want de betreffende arts – Piper Reece – en de moeder – Charlotte O’Keefe – zijn elkaars beste vriendinnen... totdat Charlotte’s dochter wordt geboren met osteogenesis imperfecta type III. Kinderen die daaraan lijden, zullen in hun leven, letterlijk, honderden botbreuken meemaken; je kunt al bij het optillen van een kind haar ruggetje breken; ze kan zich omdraaien en haar ribben breken. Het boek onderzoekt de dingen die kapot kunnen gaan in tijden van stress: botten, vriendschap, gezinnen.

 

volg Jodi Picoult

over Jodi Picoult

Jodi Picoult schrijft romans voor een breed publiek. Haar bestsellers behandelen vaak waargebeurde onderwerpen die met veel inlevingsvermogen worden...

boeken van Jodi Picoult

Picoults beste roman tot nu toe.
Een moeder neemt het recht in eigen handen.
Hoever gaat een moeder om haar kind te beschermen?
Je dochter wil geen donor meer zijn voor haar zus. Wat zou jij doen?
Hoe ver gaat de liefde van een moeder voor haar zoon?
Haar wereld stopte – in negentien minuten
Een moeder staat voor een hartverscheurend dilemma
Onvergetelijke roman over vertrouwen en de kracht van herinnering