JE BENT HIER ::

interview

 Hoe is het verhaal van Weerloos ontstaan? Waar heb je je inspiratie vandaan gehaald?

De inspiratie voor Weerloos is ontstaan uit verschillende dingen. Het begon in oktober 2008, toen ik een fototentoonstelling bezocht van Mijke Bos (www.mijkebos.com). Daar viel mijn oog gelijk op een prachtige foto. Die zou fantastisch staan op een thrillercover, dacht ik meteen. En wat zou het geweldig zijn als ik daar een boek bij zou kunnen schrijven. Verder dan die wens kwam ik op dat moment niet. Na het schrijven van mijn autobiografische roman Ademloos dacht ik nooit meer een letter op papier te kunnen krijgen. Het schrijven van dat boek had me zo uitgeput, ik was helemaal leeg. Daarbij dacht ik dat fictie schrijven echt een brug te ver voor me was.

 Twee maanden na het zien van de inspirerende foto luisterde ik naar de nieuwe cd van Guns N’ Roses. Het nummer ‘Street of dreams’ maakte iets in me los. Het nummer is verfijnd en stevig tegelijk en heeft een broeierige ondertoon. Als vanzelf verscheen de foto van Mijke weer op mijn netvlies en viel er weer een stukje op zijn plek. Mijn eigen voorliefde voor psychologische thrillers, mijn fascinatie voor het fenomeen manipulatie en de vraag ‘Wat beweegt mensen om in een slechte relatie te blijven hangen?’ maakten het plaatje compleet. Ineens zaten er twee hoofdpersonen in mijn hoofd die tegen me begonnen te praten en ik kon niet anders dan hun verhaal opschrijven. Weerloos is het resultaat.

  

Hoelang heb je aan de thriller Weerloos gewerkt?

Weerloos is in fasen ontstaan. Qua real-time schrijftijd heb ik er ongeveer een halfjaar over gedaan, denk ik, maar pas na een jaar lag er een eerste versie bij mijn uitgever. Dat komt omdat ik tijdens het schrijven soms ook hele periodes geen letter op papier heb gezet: ik had andere dingen aan mijn hoofd en was er nog steeds niet van overtuigd dat ik in staat was het verhaal tot een goed einde te brengen. Het hele schrijfproces was sowieso vrij bizar. Ik was van mening dat je voor het schrijven van fictie van a tot z moest weten waar het verhaal naartoe ging, voordat je er überhaupt aan kon beginnen. Met kreten als ‘het verhaal vertelde zichzelf’ kon ik niet zoveel. Totdat het me zelf overkwam.

 Ik had tot vlak voor het einde van het schrijfproces werkelijk geen flauw idee hoe Weerloos zou aflopen. Als ik achter de computer kroop, wist ik niet eens wat ik zou gaan schrijven. De witte pagina’s op mijn scherm schreeuwden alleen maar ‘beschrijf ons!’ En dan begon er een film in mijn hoofd te draaien die me weer een nieuw hoofdstuk liet zien van het verhaal. Als dat hoofdstuk op papier stond, stopte de film weer en had ik wederom geen flauw idee hoe het verhaal de dag erna verder zou gaan. Dat maakte me enerzijds heel onzeker (wat nou als de film halverwege stopt en ik geen inspiratie meer heb?), maar anderzijds was het een enorme uitdaging om me over te geven aan het proces en af te wachten wat er zou gebeuren. Het verhaal bleef daardoor voor mezelf ook verrassend en dat maakte de zin om te schrijven alleen maar groter. Ik wilde weten hoe het zou aflopen en de enige manier om daarachter te komen was achter de pc gaan zitten en de mouwen opstropen.

 

 Wat is het verhaal achter het bijzondere omslag van Weerloos?

Zoals ik al eerder vertelde is de foto op het omslag de eerste inspiratiebron geweest voor Weerloos. Deze is een onderdeel van een fotoserie met de naam Wad naakt, die levensgroot buiten langs het wad heeft gestaan, tot groot ongenoegen van de ChristenUnie. De foto riep bij mij meteen de vraag op ‘Wat is er met die vrouw aan de hand? Welk verhaal heeft ze te vertellen?’ Ik besloot haar een stem te geven en te kijken waar dat toe zou leiden.

 Toen ik het boek bij de foto daadwerkelijk geschreven had, MOEST die foto dan ook op de cover. Ik vind het heel bijzonder dat dat ook gelukt is en dat er goed op wordt gereageerd. Wat ik mooi vind, hoeft de rest van de wereld natuurlijk niet mooi te vinden. Wat het nog eens extra speciaal maakt, is dat de fotografe, Mijke, een vriendin is en dat het boek door haar foto nog meer ‘eigen’ is geworden. Ik heb zelfs een scène om de foto heen verzonnen. Schrijven is om je heen kijken en fantaseren over dingen die je raken. Dat heb ik gedaan en het resultaat is Weerloos.

 

Kon je in Weerloos ook dingen van jezelf kwijt, bijvoorbeeld in een van de personages?

Het mooie is dat je met fictie alle kanten op kunt. Dat geeft een enorm gevoel van vrijheid. Werkt route a niet? Dan kiezen we toch voor pad b! Om tot dit verhaal te komen heb ik heel hard gezogen op mijn twee duimen. De dingen die in het verhaal gebeuren staan mijlenver van mijn eigen persoonlijkheid en leven af. Ik wist eerlijk gezegd niet dat ik zo’n zieke fantasie had... Natuurlijk is het onvermijdelijk om ook een stukje van jezelf in het verhaal te leggen. Al zijn het alleen maar concrete plekken waar scènes zich afspelen, waar ik zelf ook wel eens ben geweest, stukjes karakter van mensen om je heen die je uitvergroot, et cetera. Van de personages lijkt Sonja denk ik nog het meest op me, maar ook zij is heel anders dan ikzelf.

 Het feit dat het verhaal ver van mezelf af staat maakt het ook extra eng, temeer omdat mijn vorige boek wel over mezelf ging. Schrikken de lezers van Ademloos zich niet kapot als ze Weerloos lezen? Het is zo’n totaal ander boek. Ook had ik buikpijn van de zenuwen toen ik het verhaal aan mijn ouders liet lezen. Er zitten namelijk een aantal ‘functionele’ seksscènes in en ik vond het nogal gênant om mijn ouders daarmee te confronteren. Gelukkig ben ik niet onterfd, haha! Het verhaal had deze scènes nodig omdat macht en manipulatie centraal staan en in seks komt dat goed tot uiting. In die zin heb ik ook geen greintje spijt en sta ik er volledig achter maar ik hoop niet dat mensen denken: ‘Nou, nou, die Kim... Dat had ik toch niet achter haar gezocht...’

  

Ben je zelf wel eens een foute man tegengekomen zoals hoofdpersoon Stefaan?

Stefaan is wel een afgeleide van een foute man met wie ik nog een appeltje te schillen heb, maar die persoon is niet zo geschift als het personage in mijn boek. Het is mijn zoete wraak om met zo’n vervelend persoon in mijn achterhoofd een personage te creëren. Niemand is veilig haha. Ik kan niet tegen onrecht en soms kun je daar in het echte leven niet genoeg tegen vechten omdat het je onmogelijk wordt gemaakt door belanghebbenden die bang zijn voor hun eigen hachje. In fictie kun je wat dat betreft helemaal losgaan en dingen voor je gevoel toch nog een beetje rechtzetten. Ik moet zeggen dat ik daar erg van genoten heb. Maar laat ik vooral stellen dat geen enkel personage uit Weerloos een-op-een naar de realiteit is te verplaatsen. Ze zijn allemaal ontsproten aan mijn fantasie, met een likje werkelijkheid om ze af te lakken en te laten glanzen. Dus mocht iemand uit mijn omgeving zijn of haar naam herkennen, dan wil dat niet zeggen dat ik op die manier naar die persoon kijk, integendeel zelfs!

  

Lees je alle recensies die over je boek verschijnen of ga je ze liever uit de weg?

Ik ben er nog niet uit of ik de recensies moet lezen. Waarschijnlijk kan ik het toch weer niet laten. Van goede besprekingen word ik natuurlijk heel blij, dat is een kroon op je werk. En opbouwende kritiek kan ik ook heel goed hebben, want daar word je alleen maar beter van. Weerloos is mijn eerste fictie-poging, dus er valt nog heel wat te winnen in mijn ogen. Schrijven is echt een vak waar je in moet groeien en ik ben nog een groentje op dat gebied.

 Waar ik slecht tegen kan, zijn mensen die afzeiken tot een hoger doel hebben verheven zonder met goede argumenten te komen. Van dat soort recensies word ik niet blij omdat het voelt als onrecht en, zoals ik al eerder zei, daar kan ik niet goed tegen. Op mijn vorige boek, Ademloos, zijn zeker vijfhonderd persoonlijke en prachtige reacties van lezers gekomen (en nog steeds komen ze binnen via mijn website) en ook de recensies waren positief. Slechts vijf negatieve reacties hebben mij bereikt en die waren bovendien best wel op de persoon gericht. Dat vond ik wel moeilijk.

 Ik ben van mening dat je alles mag vinden van een verhaal en kritiek mag hebben op basis van steekhoudende argumenten, maar dat je de schrijver met respect dient te benaderen en die nooit op de persoon mag aanvallen. Ik probeer daar zelf in mijn werk als journalist/recensent voor de boekenwebsite Ezzulia ook altijd zorgvuldig mee om te gaan. Het feit dat ik een schrijver persoonlijk ken, zal nooit automatisch leiden tot een hogere of lagere beoordeling. En een vervelend persoon kan hele mooie verhalen schrijven en vice versa.

 Om nog even op het lezen van recensies terug te komen: ik ga het in ieder geval anders doen dan bij Ademloos. Toen wilde ik niks missen en was ik vooral in het begin steeds maar aan het googlen in mijn honger naar informatie. Daar werd ik knettergek van en dat leverde ook behoorlijk wat onrust en spanning op. Ik ben van nature een onzeker mens en ook nog eens een perfectionist. Een vrij onhandige combinatie. Het is nooit goed, kan altijd beter, et cetera. Ik heb inmiddels wel geleerd dat je het nooit iedereen naar de zin kunt maken, zoveel mensen zoveel meningen, en het is de kunst om jezelf daartussen staande te houden zonder dat je jezelf verloochent. Ik denk dat ik daar de komende tijd eerst maar eens op ga focussen.

 

Wat is je favoriete schrijfplek en op welk tijdstip schrijf je het liefst?

Ik heb Weerloos op vier plekken geschreven: de koffiecorner van een ziekenhuis, een dakterras, onder de palmbomen in Zuid-Frankrijk en op de bank. De koffiecorner van het ziekenhuis was mijn minst favoriete plek, maar dat spreekt voor zich, denk ik. Als het lekker weer is (maar niet bloedheet!) schrijf ik het liefst buiten. Het ruisen van de bomen, het zonnetje, dat werkt heel inspirerend. Palmbomen en een zwembad in Zuid-Frankrijk ook trouwens. Nu het te koud is om buiten te werken, zit ik heerlijk op mijn loungebank met de laptop op schoot. Ik schrijf eigenlijk altijd ’s middags. Ik ben niet zo’n ochtendmens.

 Op een schrijfdag probeer ik altijd zo’n 1000 tot 1500 woorden te halen. Dat lukt ook meestal wel en soms zijn het er veel meer. Bijvoorbeeld als ik helemaal in een scène zit die ik af wil schrijven. Ik schrijf ook graag met muziek. Het brengt me in de juiste stemming en zorgt ervoor dat ik in mijn schrijf’ei’ terechtkom. Dat is een plekje in mijn hoofd waar niemand bij kan, waar ik heerlijk in kan verdwijnen en waar ik grasduin op zoek naar verhalen en de juiste sferen om een scène in te gieten. Als ik daar vertoef ben ik heel afwezig en gaat de helft van de dingen die om me heen gebeuren aan me voorbij. Het is een soort dromerige toestand die aanvoelt als een heerlijke roes. Mijn schrijfdrugs zou je kunnen zeggen.

 

Lees je zelf veel (literaire) thrillers? Wat zijn je favoriete auteurs / boeken?

Thrillers zijn altijd mijn favoriete genre geweest. Ik heb er heel wat verslonden, zowel als hobby als voor mijn werk. Sinds ik zelf schrijf, lees ik wel minder omdat er veel tijd gaat zitten in het schrijven van mijn eigen dingen, maar lezen blijft mijn ultieme hobby. Geen vakantie zonder grote boekenkoffer die tot de nok toe vol zit, overwegend met spannende boeken! Ik ben groot fan van Nicci French, Jeffery Deaver, David Baldacci, Harlan Coben, Joseph Finder, Dan Brown en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Er zijn veel schrijvers waar ik ontzettend van geniet en ik blijf steeds weer nieuwe namen ontdekken. Een mens is nooit uitgelezen! Een absolute thrillerfavoriet aanwijzen gaat dan ook niet lukken, vrees ik.

 Daarnaast houd ik ook erg van een mooie roman of grappige chicklit. Witte Oleander van Janet Fitch ontroerde me enorm, evenals het prachtige Omhelsd door angst van Marina Nemat. Marley & me van John Grogan was een geweldige combi van lachen en huilen. En om De liefdespolitie van Martina Paura heb ik me helemaal slap gelachen, wat kan dat mens leuk schrijven!

 Ik kom er ook steeds meer achter hoe subjectief lezen eigenlijk is. Mijn stemming tijdens het lezen heeft toch wel invloed op het oordeel dat ik uiteindelijk heb over een boek. Als ik onrustig ben, dan gooi ik een boek bijvoorbeeld sneller aan de kant, terwijl het me een halfjaar later veel meer kan aanspreken. Een boek wegleggen doe ik overigens alleen als ik privé lees. Als ik iets moet lezen voor Ezzulia, dan ben ik heel gedisciplineerd en professioneel en schakel ik mijn gemoedstoestand uit.

 

Veel mensen dromen ervan dat hun boek ooit wordt uitgegeven. Heb je tips voor aankomende schrijvers?

Poeh, dat is een lastige vraag. Ik heb bij mijn beide boeken de luxe gehad van een uitgever die er al in geloofde voordat het ook maar enigszins af was. Ik heb dus nooit met mijn werk hoeven leuren of de onzekerheid gehad dat niemand het wilde uitgeven. Met grote dank voor het vertrouwen van mijn uitgeefster, Heleen Buth! Dat schrijft toch op een heel andere manier. Ik denk dat het heel belangrijk is voor aankomende schrijvers om open te staan voor kritiek, hoe moeilijk dat soms ook is. Omring jezelf met mensen die eerlijk hun mening durven te geven en je niet naar de mond praten. Commentaar op je geesteskind is pijnlijk, maar het geeft je wel de kans om je baby mooier te maken.

 Het is doodeng om je werk in handen van iemand anders te leggen. Ik vertrouw mijn uitgeefster Heleen blind mijn werk toe omdat ik weet dat het altijd beter wordt door haar commentaar. Dat wil niet zeggen dat ik af en toe niet moet slikken als zij iets wil schrappen wat ik zelf juist mooi vind. ‘Jij schrijft en ik schrap,’ zegt ze altijd gekscherend maar daar is geen speld tussen te krijgen. Het is moeilijk om objectief naar je eigen werk te kijken omdat je er tot je nek toe inzit. Met negentig procent van haar commentaar ben ik het eens en over de resterende tien procent discussiëren we. De ene keer overtuigt zij mij, de andere keer ik haar. Het doel blijft altijd om het verhaal beter te krijgen en niet om elkaar af te troeven. Ik gun elke aankomend schrijver zo’n uitgever. Het is vaak een kwestie van mazzel en de juiste contacten om ertussen te komen (buiten schrijftalent en een goed verhaal natuurlijk).

 

Ben je al bezig met een nieuw boek en wil je daar al iets over kwijt?

De drang om een nieuw boek te gaan schrijven wordt weer met de dag groter. Ik heb een thema, een hoofdpersoon en een beginnetje van een paar pagina’s. Ik ben nu bezig om me wat in te lezen over het onderwerp. Over de inhoud wil ik nog niks kwijt, maar het wordt in ieder geval weer een psychologische thriller. Ook de onzekerheid slaat weer toe. Ik heb twee boeken geschreven, lukt het ook een derde keer? Of een vierde? Ik denk dat ik dat nooit helemaal kwijtraak. Vorige week kreeg ik ook een beginnend idee voor een roman en het schrijven van chicklit lijkt me ook ontzettend leuk. Er ligt nog een wereld voor me open en ik zie wel waar het schip strandt. Maar eerst een nieuwe thriller proberen! 

volg Kim Moelands

over Kim Moelands

Na haar autobiografische roman Ademloos en debuutthriller Weerloos is Kim Moelands terug met Grenzeloos: de langverwachte opvolger van Ademloos. Kim...

boeken van Kim Moelands

Een prachtige ode aan het leven en de liefde.
Een verhaal van een grote liefde, menselijke moed en doorzettingsvermogen.