Introducing Bregje Bleeker

Bregje Bleeker

INTERVIEW – Dit is Bregje. Haar eerste roman, De Walrus, een autobiografisch verhaal over de stormachtige liefde tussen een studente en een hasjhandelaar, werd bestempeld als een van de beste debuten van het jaar 2007. In Eva staan de ziekte van hoofdpersoon Eva en de relatie met haar jongste dochter centraal, en het is gebaseerd op het leven van Bregjes moeder. Nog voor haar vijftigste bleek ze te lijden aan een progressieve hersenziekte met dementie en parkinson als gevolg. Eva beschrijft een tergende aftakeling, maar toch is het vooral een verhaal boordevol liefde. Hoogste tijd om de vrouw achter de boeken beter te leren kennen. 

Je begint Eva met een terugblik op de jeugd van je moeder.

Mijn moeder is in de Tweede Wereldoorlog geboren, in Princenhage, een klein dorp onder de rook van Breda. Ze groeide op in een arm gezin, te midden van een katholieke gemeenschap waar de pastoor het voor het zeggen had. Soms moest ze twee keer per dag naar de kerk om te biechten. 
Mijn moeder heeft me weinig verteld over haar jeugd. Wat ze me wel vertelde was dat ze als eerste meisje ooit uit het dorp naar het gymnasium in Breda is gegaan. Dat was heel uitzonderlijk, de andere meisjes uit het dorp, ook de dochters van de notaris en de huisarts, gingen hooguit naar de Mulo. 

Als eerste meisje naar het gymnasium, en vervolgens een glansrijke carrière.

Ik herinner me haar als een liefdevolle moeder, die het beste wilde voor haar kinderen. Maar ze was ook een perfectionist, een harde werker. Ze was een sterke én slimme vrouw. Ze heeft er alles aan gedaan om aan de armoede te ontsnappen. Ze maakte gebruik van de mogelijkheid om carrière te maken in de jaren zestig en zeventig. Dat kon toen, maar was nog erg ongebruikelijk. De wetten die tegenhielden dat getrouwde vrouwen betaalde arbeid verrichten, waren net afgeschaft. Toen ze eind jaren tachtig hoogleraar werd was slechts drie procent van de hoogleraren vrouwelijk. Ik beschrijf haar ook als een voorbeeld van een generatie van vrouwen (en mannen) die zich heeft los gemaakt van oude, vaak religieuze, gewoonten en regels. Dat ze die rol zo duidelijk vervulde werd me pas duidelijk toen ik haar levensgeschiedenis opschreef. Ook daar had ze het niet over. Ze deed altijd alsof alles vanzelf was gegaan. 

En toen werd ze getroffen door een verschrikkelijke ziekte.

Ze was net hoogleraar, en net vijftig, toen de huisarts haar adviseerde om een tijd te stoppen met werken. Ze zou overspannen zijn: ze had last van een stijve arm en moeheid en kreeg er moeite mee om haar wetenschappelijke betogen goed te structureren. In het begin leek de ziekte ook op overspannenheid. Mijn tante vertelde me later dat mijn moeder een tijd ook heeft gedacht, of gehoopt, dat het misschien de overgang was. 
In het jaar daarna werden de klachten erger. Ze begreep de achteruitkijkspiegel van de auto niet meer. Ze zag er wel de andere auto’s in, maar begreep niet hoe die zich tot haar auto verhielden. Soms begreep ze niet meer dat haar arm bij haar lichaam hoorde ‘Dan kijk ik en dan denk ik, wat ligt daar? Ja, als ik er dan over ná ga denken, ja, dán begrijp ik wel dat het mijn arm is.’ In het jaar daarna moesten we haar helpen met aankleden: ze begreep niet meer wat de onderkant en wat de bovenkant van een trui was. Haar geheugen werd slechter. Ze kon moeilijker op woorden komen. Natuurlijk, de rollen draaiden zich in die tijd om, ze was vaak mijn kind, maar soms ook weer mijn moeder. Eva is vooral een verhaal over hoe onze band veranderde en sterker werd terwijl zij ziek was. 

Wat is je meest dierbare herinnering aan haar?

Als ik aan mijn moeder denk is het nog steeds vooral aan de tijd dat zij grotendeels mijn kind was geworden. In mijn pubertijd had ik me flink afgezet tegen mijn perfectionistische moeder. Daarna, toen zij dementeerde, hoefden we allebei niet meer perfect te zijn. Zij geneerde zich niet meer voor zaken die fout gingen. We konden er samen zelfs hartelijk om lachen. In die tijd genoten we tegen de klippen op.

Kleine Puk. Soms noemde ik haar zo. En we deden heel gewone dagelijkse bezigheden, we gingen samen naar terrassen, we dronken een glaasje wijn, zij met een rietje vanwege haar trillende handen. Ik herinner me een middag waarop we samen gingen winkelen. Ze probeerde toch nog om zelf kleding aan te trekken, maar had het niet door als het niet was gelukt. Met een blouse verkeerd om aan keek ze me serieus aan: ‘Wat vind jij Breg, is het iets voor me?’ Ik schoot in de lach, en zij óók. Dat herinner ik me graag, hoe we schaterlachend naast elkaar op de grond van de kleedkamer zaten.

Hugo Borst schreef: Eva is een familietragedie boordevol liefde.

Eva is een intiem, en tegelijkertijd universeel verhaal, over onmacht én liefde. De ziekte is sluipend. Je kunt verstandelijk weten dat iemand achteruit gaat, maar er toch telkens weer door verrast worden door hoe het zich ontwikkelt. We hebben daar als familie mee geworsteld. Tegelijkertijd wilde ik meer dan alleen die worsteling beschrijven. Eva is geen gebruikelijk verhaal over aftakeling en de onvermijdelijke gang naar het verpleeghuis, het is vooral een verhaal over de wereld achter de dementie, over veranderende karakters en relaties, en daardoor nieuwe perspectieven in tijden van dementie. Eva is ook een verhaal over hoe je tijdens zo’n aftakeling toch mooie en heel intieme momenten met elkaar kan beleven.

Waarom wilde je dit verhaal nu vertellen?

Het is een eerbetoon aan mijn moeder. En tegelijkertijd een veel breder verhaal: zoveel mensen krijgen te maken met dementie in hun omgeving. Ik heb het als roman geschreven omdat dat mijn manier van vertellen is: ik ben schrijfster. Maar ook omdat fictie de ruimte biedt om een ziekte als dementie in alle facetten te beschrijven, om de geschiedenis van onze familie er in mee te kunnen nemen. Om gevoel en emoties te kunnen beschrijven. Juist bij zo’n ziekte is gevoel van wezenlijk belang. Aan mijn moeder heb ik gemerkt dat ze tot op het laatst, ook in de jaren waarin ze ons niet meer leek te herkennen, onderscheid wist te maken tussen verschillende mensen die bij haar langs kwamen. Op sommige bezoekers reageerde ze vrolijk, bij anderen ging ze direct huilen. Ik wilde een rijk, maar vooral liefdevol beeld neerzetten, van een familie die worstelt met een onmogelijk zware ziekte.

Gerelateerde Auteur: 
Gerelateerd Boek: