BOEK
Stoel 7A

Stoel 7A

Sebastian Fitzek &


ISBN: 9789044354485 | Paperback, 384 blz | € 21.99 | 04-02-2019


Mats Krüger, een ervaren en succesvolle psychiater, moet zijn vliegangst overwinnen als zijn hoogzwangere dochter Nele voor het eerst in jaren weer contact met hem opneemt. Na een cursus tegen vliegangst gaat Mats aan boord van de langeafstandsvlucht Buenos Aires - Berlijn. Al zijn angsten lijken voor niets tot een vreemdeling hem vertelt dat een van Mats' ex-patiënten zich ook aan boord bevindt. Iemand die hij ooit heeft bevrijd van moordlustige, gewelddadige fantasieën. En nu moet Mats zien te voorkomen dat hij de 600 passagiers en zichzelf niet mee de dood in jaagt...

Proloog

    ‘Wanneer kunnen we de dader ondervragen?’

    Dr. Martin Roth, op weg naar de neurologische intensive care van de Park-kliniek, draaide zich om naar de inspecteur van de moordbrigade, die die belachelijke vraag in alle ernst had durven te stellen.

    ‘Ondervragen?’

    ‘Ja. Wanneer komt hij weer bij?’ De gedrongen politieman dronk de laatste slok van zijn koffie die hij uit de automaat had gehaald, onderdrukte een boer en stak uitdagend zijn kin naar voren. ‘We hebben twee lijken en een zwaargewonde die zijn leven lang uit zijn ogen zal bloeden. Ik moet die schoft zo snel mogelijk onder handen nemen.’

    ‘Onder handen nemen – hm.’

    De kliniekdirecteur met het gladde, voor zijn leeftijd veel te jongensachtige gezicht krabde aan een plek op zijn elk jaar dieper wordende inhammen. Hij wist niet wat hij erger moest vinden: de goedkope Bruce Willis-imitatie van deze politieman of diens stuitende domheid.

    ‘U was er toch bij toen de man werd binnengebracht?’

    ‘Ja, natuurlijk.’

    ‘En is u daarbij iets opgevallen?’

    ‘Hij is halfdood, ik weet het, ik weet het.’ De beambte wees naar de melkglazen deur achter Roth die de ziekenhuisgang van de IC-afdeling scheidde. ‘Maar jullie medicijnmannen kunnen daar binnen toch vast de hele trukendoos opentrekken om dat varken weer op te lappen? En zodra hij bij is, had ik graag een paar antwoorden.’ Roth haalde diep adem, telde inwendig vanaf drie terug en zei toen hij bij nul was: ‘Ik zal u een paar antwoorden geven, meneer...?’

    ‘Hirsch. Hoofdinspecteur Hirsch.’

    ‘Het is nog heel vroeg voor een betrouwbare diagnose, maar we hebben sterk het vermoeden dat de patiënt aan het locked-insyndroom lijdt. Of in gewone taal: zijn hersenen staan niet meer in verbinding met de rest van zijn lichaam. Dat betekent dat hij in zichzelf opgesloten zit. Hij kan niet praten, niets zien, niet met ons communiceren.’

    ‘En hoe lang gaat die toestand duren?’

    ‘Hooguit zesendertig uur, schat ik.’

    De politieman rolde met zijn ogen. ‘Dan pas kan ik hem verhoren?’

    ‘Dan is hij dood.’

    Achter Roth klonk een krakend geluid en de elektronische deur met de melkglazen ruiten ging open.

    ‘Dokter Roth, wilt u snel komen? De patiënt.’

    De specialist draaide zich om naar zijn arts-assistente, die met een vuurrood hoofd van de IC kwam aangesneld.

    ‘Wat is er met hem?’

    ‘Hij knippert met zijn ogen.’

    Godzijdank!

    ‘Echt? Dat is fantastisch!’ zei hij verheugd, waarna hij met een knikje afscheid van de politieman wilde nemen.

    ‘Hij knippert met zijn ogen?’ Hirsch keek de specialist aan alsof die blij was met een stuk kauwgom onder zijn schoenzool. ‘En dat noemt u góéd nieuws?’

    ‘Het beste wat we kunnen krijgen,’ antwoordde Roth, en teruglopend naar de stervende man voegde hij eraan toe: ‘En misschien onze enige kans om de vermisten nog levend terug te vinden.’

    Ook al koesterde hij weinig hoop.

Blogs

'(...) hoe Fitzek uiteindelijk alles in elkaar weet te verweven op het eind, is gewoonweg briljant.'

BangerSisters