Een inktzwart hoofdstuk uit de Zweedse geschiedenis
Lotta Magnusson is Zweeds, maar woont en werkt in Nederland als scenarioschrijver voor film en televisie. Onlangs verscheen haar debuutroman Kind van duizend meren, een historische roman over identiteit, macht en familiegeheimen.
KIND VAN… WIE?
‘Joh, het was gewoon een zigeuner,’ zei ze. ‘Zo ging het daar in de bossen, dat weet je toch?’
Het was midden in de nacht. Ik was wakker door het gehuil van mijn vader en op mijn tenen naar de trap geslopen om het gesprek tussen mijn ouders beter te kunnen horen. Al snel werd het duidelijk waar het over ging. Mijn vader worstelde met het vermoeden dat zijn vader niet zijn biologische vader was.
Laat het, was mijn moeders goedbedoelde advies. Focus op je toekomst.
Ik was dertien. Mijn hoofd liep vol vragen, maar ik voelde de beladenheid van het moment. Hier kon ik morgenochtend aan de ontbijttafel beter niet over beginnen. Dus zweeg ik en maakte ik van het geheim iets moois, in mijn fantasie. Mijn opa was niet die botte, harde boer, maar een breedlachende, warmhartige zigeuner. Een circusartiest, muzikant of kunstenaar. Iemand met een groot, liefdevol gezin waarin vrouwen lange rokken droegen, grote oorbellen hadden en prachtig konden dansen.
De jaren gingen voorbij. Ik liet mijn donkere haren groeien en bij elke verkleedpartij zette ik een roos achter mijn oor, trok ik een lange rok en grote oorbellen aan. Hijo de la Luna, een Spaans lied over een verlaten Romakind over wie de maan zich als enige ontfermt, werd het mooiste liedje dat ik kende. In stilte groeide een verbondenheid met een volk waar ik weinig van wist, maar graag bij wilde horen.
Dat Roma al eeuwenlang in Zweden leefden, wist ik. Iedereen wist dat. Toch was ik ze nooit in het echt tegengekomen. Ze bevonden zich blijkbaar ergens anders, ver weg van waar ik woonde. Pas toen ik volwassen werd en het begon te knagen dat ik niet de hele waarheid kende over wie ik was, ging ik me verdiepen in wie zij waren.
Wat ik tegenkwam, bleek een inktzwart hoofdstuk uit de Zweedse geschiedenis te zijn, ver verwijderd van mijn romantische beeld: net zo lang als Roma in Zweden leefden, had Zweden er alles gedaan om hen uit te roeien.
Hun genen zouden zwak en ‘asociaal’ zijn en niet goed voor de volksgezondheid. In mijn studentenstad Uppsala bleek zelfs een door de overheid gesubsidieerd rasbiologisch instituut te hebben bestaan waar deze ideeën ‘wetenschappelijk’ onderbouwd werden. Een plek waar Duitse onderzoekers in de jaren dertig en veertig overigens graag kwamen kijken. Maar waar Duitsland dwangsterilisatie in 1945 afschafte, bleef deze praktijk in Zweden tot ver in de jaren zeventig legaal, als een van de laatste landen ter wereld.
Zweden. Mijn geliefde vaderland, waar ik zo trots op was. Het voorbeeldland van Europa. Neutraal in de oorlog, maar toch ook het land dat Joden redde en Nederland hielp tijdens de hongerwinter. Hoe kon dit een land zijn waar Romakinderen onder dwang van hun ouders werden gescheiden, waar onderwijs en werk onbereikbaar voor Roma bleven, waar Romagezinnen, diep in een bos, werden weggestopt in kampen zonder basisvoorzieningen?
Keiharde discriminatie in een democratische verzorgingsstaat, blijkbaar bestond het. Ik voelde schaamte, verdriet en verontwaardiging. Waarom had ik hier nooit iemand over horen praten?
Er ontstond een sterke behoefte om dit verhaal te vertellen. Dit ging ook over mij.
Als scenarioschrijver heb ik meerdere pogingen gedaan om hier licht op te werpen, maar het kwam nooit van de grond. Te Zweeds. Te complex. Te duur. Tot ik de kans kreeg om een roman te schrijven. Op papier is veel meer mogelijk dan op beeld. Eindelijk kon ik mijn twee thuislanden met elkaar verbinden, zonder praktische of financiële bezwaren.
Kind van duizend meren is het resultaat.
Het verhaal volgt Maria, een jonge journaliste in 1967 die denkt haar leven op orde te hebben, tot een anoniem pakketje haar leven plots op z’n kop zet. Ze besluit op zoek te gaan naar haar ware identiteit, een zoektocht die haar (spoiler alert!) naar Zweden voert. Stap voor stap ontvouwt zich een waarheid die haar jeugd en leven daarna in een ander daglicht zet.
Middels het boek stel ik de vragen die door mijn hoofd spookten. Kun je het verleden verdringen, of haalt het je altijd in? Wat gebeurt er als je niet weet waar je vandaan komt? En wat maakt familie?
In 2014 bood de Zweedse overheid officieel excuses aan de Roma aan – een document van 304 pagina’s. Inmiddels zijn zij een erkende minderheid met een beschermde taal. Toch worden ze nog altijd gediscrimineerd en verzwijgen velen nog steeds hun afkomst.
Of ik zelf Romabloed heb, zal ik nooit weten. Mijn vader heeft zijn biologische vader niet kunnen vinden. Maar mocht ooit blijken dat het zo is, dan zal ik het vol trots van de daken roepen.
