Zoeken
Hoe verfilm je een boek als 'PAAZ'?
Auteur Myrthe van der Meer vertelt over the making of 'PAAZ'.

Hoe verfilm je een boek als 'PAAZ'?

Gepubliceerd op 19 januari, 2026 om 08:00, aangepast op 13 januari, 2026 om 10:23

De filmeditie van PAAZ is vanaf vandaag verkrijgbaar!

***

Beste lezer,

‘Hoe verfilm je een boek als PAAZ?’
Toen ik in 2010 op een koude winteravond de voordeur van de PAAZ achter me dichttrok, had ik geen flauw idee dat deze vraag mij de afgelopen veertien jaar bezig zou houden. Sterker nog, op de dag dat ik de PAAZ verliet, wist ik niet eens dat ik ooit een boek zou schrijven over de tijd die ik daar had doorgebracht. Het enige wat ik wilde, toen ik na die vijf maanden worstelen met een zware depressie die deur achter me dichttrok, was: Gewoon Even Helemaal Niets. Wat meteen het antwoord is op die andere vraag die ik vaak krijg: Ja, PAAZ is inderdaad waargebeurd. Om precies te zijn, ik noem het vaak ‘voor 95% waargebeurd’.  In verband met de privacy heb ik namelijk de namen en achtergronden van alle medemensen veranderd, maar voor de rest is alles in dit boek mij daar ook echt overkomen.

Maar goed, toen ik die avond daar vertrok, wilde ik dus vooral helemaal niets. Ik was vijf maanden lang geleefd door het ritme van de PAAZ, met alle groepsontbijten, therapiesessies, rookpauzes, bloedafnames en pillenfiles die daarbij hoorden. Hoe dankbaar ik ook voor dat alles was, ik wilde nu vooral even níét meer met dat alles bezig zijn.

Maar toen ik eenmaal thuis was, was het eerste waar ik aan dacht: de PAAZ. Aan de depressieve kerstballen, de bijwerkingen van alle medicatie en aan mijn ‘collega’s’. Aan de eindeloze rondes van de nachtdienst en de geluiden uit de isoleer. Ik herinnerde me Sinterklaasavond, toen ik bedacht dat het een leuke grap zou zijn als we, als patiënten, allemaal onze schoen voor onze slaapkamerdeur zouden zetten, zodat de nachtdienst allemaal lege schoentjes tegen zou komen tijdens hun eerste ronde. Wat ik ook nu nog steeds een briljant idee vind. Het enige probleem was dat mijn kamergenote nog geen uur later in paniek naar me toe rende omdat alle schoenen verdwenen waren. Wat bleek? Er was net een nieuwe patiënt opgenomen die kleptomaan was en alle schoenen gejat had. Schoenen die met behulp van de verpleging weer allemaal uit zijn kast gehaald moesten worden.

Voor wie deze herinnering niet uit het boek herkent: dat klopt, deze is niet in PAAZ terechtgekomen. Er was stomweg niet genoeg ruimte. Want toen ik na twee dagen non-stop aan de PAAZ denken besloot om alles dan maar in steekwoorden op papier te zetten, had ik al snel een lijst van 225 herinneringen. En daar kwamen nog steeds nieuwe herinneringen bij. Toen besefte ik: alleen een lijst maken was niet genoeg. Ik moest ze uitschrijven. Fileren. Onderzoeken. Niet alleen om te ontdekken wat er precies in dat moment gebeurd was, maar vooral ook waarom het mij blijkbaar zo geraakt had. Waarom ik er niet los van kon komen. Waarom die momenten in neonkleuren in mijn geheugen gegrift stonden.  Ik moest niet alleen naar de feiten kijken, maar ook naar het gevoel.

Dus deed ik wat ik altijd deed: die moeilijke gevoelens zo veel mogelijk vermijden en focussen op de leuke dingen. De grappige herinneringen. Het absurdisme van alle tegenstrijdige PAAZ-regels. De inktzwarte humor die ons PAAZ-haasjes verbond. Pas toen een vriend zei: ‘Maar het was daar toch niet alleen maar grappig? Een depressie is toch niet alleen maar leuk?’ besefte ik dat ik verder moest graven. Voorbij de dingen die ik grappig  vond, naar de dingen die pijnlijk waren. Dingen die rauw waren, die schuurden als ik er te lang aan dacht. In plaats van alleen in mijn geheugen te graven, moest ik gaan graven in mezelf, en in dat deel waar ik het liefst met een grote boog omheen liep: mijn gevoel. En hoe dieper ik groef, hoe meer ik besefte waarom al die herinneringen in neonkleuren in mijn geheugen gegrift stonden: het waren niet de gebeurtenissen die mij raakten, maar de mensen. Mijn medepatiënten, verpleegkundigen en therapeuten; iedereen die er voor mij was toen ik er zelf niet meer wilde zijn.

‘Prachtig manuscript,’ zei een geïnteresseerde uitgever toen de eerste versie eindelijk af was, ‘maar het moet wel een happy end krijgen. De hoofdpersoon moet aan het einde wel genezen zijn, anders snapt de lezer het niet.’ Díe uitgever werd het dus niet. Gelukkig vond mijn geweldige literair agent Willem Bisseling in The House of Books een uitgeverij die het wél snapte. Ik gaf het boek namelijk nog liever helemaal niet uit, dan dat ik de hoofdpersoon instant gelukkig de PAAZ uit zou laten huppelen. Al was het alleen maar omdat ik dan meteen strontjaloers zou zijn op die hoofdpersoon, want waarom zou zij wel genezen de PAAZ uit mogen komen en ik niet?

Het is namelijk niet zo dat ik ‘beter’ ben. Ik ben intussen nog twee psychiatrische opnames en een diagnose autisme verder. En ik heb dan weliswaar geen autismehulphond, zoals mijn hoofdpersoon Alex in mijn meest recente roman, maar ik heb in plaats daarvan wél een hulpmens: mijn vriendin. Ik heb regelmatig last van reisangst als ik langere afstanden in mijn eentje moet reizen, dus oefent mijn vriendin met mij dan van tevoren nieuwe routes, of brengt me er zelfs helemaal naartoe. Ik houd regelmatig lezingen, maar doe dat altijd op zo’n manier dat ik door de organisatie geïnterviewd wordt voor het publiek, omdat in mijn eentje een lezing geven me teveel energie kost. Ik ben dus niet ‘genezen’. Maar doordat ik inmiddels wel zo’n beetje weet wat mijn zwakke plekken zijn, ben ik geen speelbal meer van diagnoses of symptomen. Ik ben misschien niet ‘beter’,  maar ik ben wel een betere, gezondere en realistischere versie van mezelf geworden. Net als Emma, aan het einde van het boek.

Toen regisseur Anne de Clercq in 2012 aangaf dat ze PAAZ wilde verfilmen, diende de vraag uit de eerste alinea zich direct aan: hoe verfilm je een boek als PAAZ? Een paar dingen wisten we in elk geval zeker: ook nu geen wonderbaarlijke genezingen, geen quick fixes, geen cheesy happy end en al helemaal geen instant geluk. Maar nog belangrijker: we wilden mensen niet reduceren tot hun diagnoses, of erger nog, tot hun symptomen. In films kunnen mensen met een eetstoornis bijvoorbeeld vaak alleen nog maar over kilocalorieën praten. Iemand met PTSS gedraagt zich continu angstig of agressief. Mensen met depressie liggen permanent als een dweil over de bank en met uitgelopen mascara en warrig haar te huilen, en als iemand suïcidaal is, dan gaat het alleen nog maar over scheermesjes, touwen en pillen. Terwijl als ik in de PAAZ om me heen keek, niemand permanent met uitgelopen mascara scheermesjes en calorieën liep te tellen. Sterker nog, de meeste mensen die voor het eerst in de PAAZ op bezoek kwamen, vonden ons als patiënten maar griezelig. Niet omdat we zo zichtbaar afwijkend rondliepen, maar omdat we zo schrikbarend ‘normaal’ leken. Omdat we ook gewoon normaal waren. Omdat psychische problemen heel normaal zijn.

Een film schrijf je niet alleen. Nadat onder andere Lineke van den Boezem een basis had gelegd, vroeg Anne of ik met haar en Eva Aben het scenario wilde schrijven onder de vleugels van Hanneke Niens van KeyFilm. Het werd ons doel om te laten zien dat psychische problemen eigenlijk heel normaal zijn. De zwaarte daarvan voelbaar maken, zonder de nog steeds bestaande stigma’s over die problemen te versterken. Een boek dat voornamelijk uit gevoelens en gedachten bestaat vertalen naar film, zonder daarbij de gebruikelijke triggerende filmbeelden te gebruiken die kijkers kunnen beschadigen. Het onzichtbare zichtbaar maken, maar het tegelijkertijd ook onzichtbaar houden, omdat dat is hoe het in werkelijkheid is. De gouden middenweg vinden tussen de humor en het schrijnende. Tussen het licht en het donker, want het was er allebei. Niet alles komt goed. Niet iedereen is genezen als hij de PAAZ verlaat. Maar dat hoeft ook niet. Zoals Emma aan het einde van de film zegt:

'Ik dacht altijd dat “kapot zijn” betekende dat je nooit meer heel kon worden. Maar dat klopt niet. Kapot zijn betekent alleen dat je een andere vorm nodig hebt. Het leven heeft geen handleiding. Geen stappenplan om jezelf opnieuw in elkaar te zetten. Maar wat ik heb geleerd, is dit: je hoeft niet alles meteen te weten. Je hoeft alleen door te gaan. Stap voor stap. Dag voor dag. Misschien ben ik niet geworden wie ik wilde zijn, maar ik ben wel wie ik ben. En dat is genoeg.'

Toen ik de eerste versie van de film zag, miste ik hem al zodra de laatste beelden van het scherm verdwenen. Ik vond hem niet goed, maar geweldig. Ik wilde hem meteen nog een keer zien. Hij is precies dat geworden waar ik op hoopte. En Gaite Jansen is een overtuigendere Emma dan ik ooit ben geweest.

Dus hoe verfilm je een boek als PAAZ? Eigenlijk, als ik er nu over nadenk, is het antwoord heel simpel: door jullie. Door de lezers. Ik schreef weliswaar het boek, maar jullie waren degenen die het kochten, leenden, lazen, deelden en recenseerden. Jullie maakten er met z’n allen een bestseller van, waardoor het opgemerkt werd door filmmakers. Het is dus eigenlijk heel simpel: jullie waren het allerbelangrijkste ingrediënt. Zonder jullie was de film er nooit geweest. Dus lieve lezers, dankjewel voor alles!

Myrthe van der Meer

Auteurs
Auteur: Myrthe van der Meer

Myrthe van der Meer debuteerde met PAAZ, een autobiografische roman over de vijf maanden die ze na een burn-out op een paaz doorbracht. Van PAAZ zijn meer dan 100.000 exemplaren verkocht, het won diverse prijzen en wordt nu verfilmd. Na PAAZ schreef ze UP, Kalf en Het houden van mannen. Haar meest recente boek De wetten van Alex is deels geïnspireerd op Myrthes eigen ervaring met haar diagnose autisme.

Boeken
Myrthe van der Meer - Paaz
Myrthe van der Meer

'Openhartig en met humor geschreven.' **** de Volkskrant

The House of Books nieuwsbrief
Meer weten over de boeken, auteurs, het laatste nieuws en leuke winacties van The House of Books? Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!
Blijf op de hoogte

Volg onze sociale media voor het laatste nieuws